Het zal regelmatig voorkomen dat U als lezer termen tegen komt in deze
of welke andere golfsite dan ook, waarvan u zegt, waar hebben zij het
nu weer over. Op deze pagina zijn een aantal golftermen bijeengebracht
en zodanig verklaard dat iedereen ze kan begrijpen en lezen.
Abnormale terreinomstandigheden
Elk tijdelijk water, elk stuk grond in bewerking of gat, hoop of spoor
op de baan gemaakt door een gravend dier, een reptiel of een vogel.
Adresseren van de bal
Wanneer een speler zijn stand heeft ingenomen en zijn club op de grond
heeft gezet, noemt men dit het adresseren van de bal. In een hindernis
is er sprake van adresseren van de bal op het moment dat de speler
zijn stand heeft ingenomen.
Advies
Elke raad of suggestie die de manier van spelen of de tactiek van een
bepaalde speler of keuze van een bepaalde club kan beïnvloeden, valt
onder de term "advies".
Opmerkingen over de regels, hindernissen op de baan of de plaats van
de green en vlaggenstok, zaken die voor iedereen waarneembaar zijn,
vallen niet onder "advies".
Air-shot
Wanneer bij een poging tot het slaan van de bal, deze volledige gemist
wordt.
Afslagplaats
De plaats van waarvan de eerste slag geslagen wordt op een bepaalde
hole. Het is een rechthoekige strook gras, meestal iets verhoogd, aan
het begin van de hole. De lengte van de afslagplaats is twee
stoklengten, begrensd door de buitenzijde van tee-markers.
Albatross / Dubbel Eagle
Een uitdrukking voor "drie onder par".
Approach shot
Uitdrukking meestal gebruikt voor een korte slag naar de green.
Bal beschouwd als bewogen
Wanneer een bal van zijn oorspronkelijke ligplaats gaat en op een
andere plaats komt te liggen, wordt deze bal beschouwd als "bewogen".
Bal in het spel
Vanaf het moment dat een speler een slag heeft gedaan op de
afslagplaats is de "bal in het spel". Deze bal blijft in het spel tot
het moment dat hij is uitgehold, behalve wanneer hij 'verloren' is,
'out of bounds' ligt of is opgenomen, of is vervangen door een andere
bal, ongeacht of deze vervanging wel of niet is toegestaan; de
vervangende bal wordt de 'bal in spel'.
Bestbal
Een partij waarin één enkele speler speelt tegen de beste bal van twee
of drie andere spelers die dus ieder met een eigen bal spelen.
Birdie
Een score van één slag onder de par van de hole.
Blade
Dat deel van de ijzeren club waarmee de bal geraakt wordt.
Bogey
Een score van één slag boven de par van de hole.
Bunker
Een met zand of ander materiaal gevulde hindernis, meestal een kuil,
geplaatst op de fairway of dicht bij de green.
Caddie
Persoon verantwoordelijk voor dragen van het materiaal van de speler.
De caddie mag advies geven aan de speler.
Chip
Een korte, lage slag die geslagen wordt vlak bij de green of vanuit
een moeilijke positie terug op de fairway.
Clubs
De ijzers en woods die een speler gebruikt bij het golfspel. Iedere
spelers mag maximaal 14 clubs meenemen op de baan tijdens een
wedstrijd.
Commissie
De commissie stelt het wedstrijdreglement vast en is als zodanig
belast met de leiding van de wedstrijd. Buiten de wedstrijden is het
de instantie die verantwoordelijk is voor de baan.
Competitor
De term competitor wordt gebruikt voor een speler in een strokeplay
wedstrijd. Een mede-competitor is in dit geval dan iedere speler met
wie deze competitor speelt.
Condor
Een score van vier onder par, bijvoorbeeld een hole-in-one op een par
vijf.
Course Rating (CR)
Een beoordeling van de moeilijkheidsgraad van een baan voor een
0-handicap speler, onder normale baan- en weersomstandigheden. De 'Course
Rating' wordt uitgedrukt in het aantal benodigde slagen tot één
decimaal nauwkeurig. De 'Course Rating' is afhankelijk van de lengte
van de baan en de hindernissen op de baan die de score van een
0-handicap speler zouden kunnen beïnvloeden.
De Course Rating van een baan wordt afzonderlijk berekend voor heren-
en dames afslagen, als ook voor medal- en backtees. De 'Course Rating'
is een meer accurate beoordeling van de baan als de "Par'; twee
golfbanen met eenzelfde 'Par' kunnen een verschillende 'Course Rating'
hebben.
Cut
Een bepaalde score die het aantal spelers in een toernooi terugbrengt
tot een vooraf bepaald aantal. De 'cut' volgt meestal na de tweede dag
van een toernooi. Er wordt de volgende dag verder gespeeld met de
spelers die niet meer slagen dan deze score nodig hebben gehad tijdens
de eerste twee dagen.
Dimple
De meestal ronde deukjes in de buitenmantel van de golfbal.
Dog-leg
Een linkse- of rechtse bocht in de fairway.
Door de baan
Hiermee wordt het volledige terrein van een hole bedoeld tussen de
afslagplaats en de green met uitzondering van alle hindernissen op de
baan. De afslagplaats en de green maken geen deel uit van 'door de
baan'.
Driebal
Een matchplay wedstrijd waarin drie spelers tegen elkaar spelen, ieder
met zijn eigen bal. Elk speler speelt dan twee afzonderlijke partijen
tegen de beide andere spelers.
Driver
De club voor de langste slag in uw golftas, die meestal vanaf de
afslag gebruikt wordt voor zoveel mogelijk lengte. Normaal gesproken
een wood nr. 1.
Driving Iron
IJzeren club nummer 1.
Driving range
Terrein of gebouw gebruikt voor het oefenen van uw slagen.
Dubbel Bogey
Een score van twee slagen boven de par van de hole.
Dubbel Eagle
Een score van drie slagen onder de par van de hole.
Eagle
Een score van twee slagen onder de par van de hole.
Eer
Deze term wordt gebruikt om aan te geven dat een bepaalde speler als
eerste mag spelen vanaf de afslagplaats. (Deze speler 'heeft de eer').
De volgorde van indeling bij een wedstrijd bepaalt wie op de eerste
hole de 'eer' heeft. Vanaf de tweede hole heeft de speler die de
vorige hole heeft gewonnen de 'eer' op de eerst volgende hole.
Fairway
Het deel van de baan tussen de afslagplaats en de green, meestal
gekenmerkt door het feit dat het gras korter gemaaid werd.
Fairway
Goed onderhouden, zelden gebruikt deel van een golfbaan.
Flex
De mate van flexibiliteit dan wel de graad van stijfheid van de shaft
(steel ) van de club.
Fore
Waarschuwing die geroepen wordt wanneer u ziet dat een door u geslagen
bal mogelijk gevaar kan opleveren voor andere personen op de baan.
Forecaddie
Een forecaddie is een persoon die de spelers tijdens het spel wijst
waar hun ballen liggen. Een forecaddie wordt aangesteld door de
Commissie.
Foursome
Een partij waarbij twee spelers spelen tegen twee andere spelers,
waarbij iedere kant met één bal speelt. De spelers moeten om beurten
afslaan van de afslagplaatsen en om beurten slaan bij het spelen van
de hole.
Green
Het speciaal geprepareerde en kort gemaaide gras rond de hole,
geschikt voor het putten van de bal.
Green fee
Het bedrag dat door een club gevraagd wordt voor het gebruik van de
baan aan spelers die geen lid zijn van de betreffende club. Voor deze
green fee mogen deze spelers een volledige ronde spelen en gebruik
maken van de oefenfaciliteiten.
Greenkeeper
De medewerker van de golfclub die verantwoordelijk is voor het
onderhoud van de baan.
Grond in bewerking
Hiermee wordt bedoeld ieder onderdeel van de baan dat door de
Commissie als grond in bewerking is aangeduid. Onder 'grond in
bewerking' valt ook het voor verwijdering opgehoopt vuil of een door
baanpersoneel gegraven kuil. Onder normale omstandigheden mag een bal
die in 'grond in bewerking' belandt, daaruit verwijderd worden en
zonder straf gedropt worden (niet dichter bij de hole).
Handicap
De handicap van een bepaalde speler is mede bepalend voor het aantal
slagen (strokes) dat deze speler mag aftrekken van zijn werkelijke
score op een hole, waardoor deze speler op het niveau en de score van
een 0-handicap speler zou uitkomen. Een 0-handicap speler wordt geacht
de hole of de baan aan par te kunnen spelen. De handicap van een
speler is dus afhankelijk van zijn niveau; goede spelers hebben een
lage handicap en mogen dus minder slagen (strokes) van hun score
aftrekken. Door deze berekening kunnen spelers van verschillend niveau
toch samen een wedstrijd spelen en eenzelfde uitslag bereiken.
Handicap
Een toekenning van slagen voor één of meer holes, die twee golfspelers
van heel verschillende aanleg, in staat stelt om even slecht te scoren
op dezelfde baan.
Hole
Met de hole wordt bedoeld het gat dat aangebracht is in de green en
waarin de bal uiteindelijk geput dient te worden. De hole moet een
vastgestelde doorsnede hebben van 4,25 inches ( ca. 108mm. ) en een
minimale diepte van 4 inches ( ca. 100mm ).
Hole-in-one
Een bal die in één slag van de afslagplaats in de hole belandt.
Hook
Een bal zo slaan, dat hij door zijdelingse spin een bocht of curve
maakt van rechts naar links bij een rechtshandige speler en van links
naar rechts bij een linkshandige speler.
Hosel
Het holle gedeelte van de kop van een golfclub waarin de shaft (steel)
bevestigd wordt.
In
De tweede negen holes (10 / 18) op een achttien holes baan.
Kant
Een enkele speler, dan wel twee of meerdere spelers die samenspelen.
Laterale waterhindernis
Dit is een waterhindernis die in de meeste gevallen evenwijdig aan de
betreffende hole loopt. Wanneer een bal verloren gaat in een laterale
waterhindernis is het niet mogelijk deze achter de waterhindernis te
droppen. Een laterale waterhindernis wordt afgebakend door rode
paaltjes of lijnen.
Lie
De ligging van de bal op de baan.
Lie
Wordt gebruikt om de hoek aan te geven die de kop van de club maakt,
wanneer hij plat op de grond staat, met de shaft (steel) van de club,
gezien vanaf de voorzijde van de club.
Links
Vroegere benaming voor een golfbaan langs de zee maar die wordt nu
gebruikt voor iedere soort golfbaan.
Loft
De mate waarin een bal hoogte bereikt. Wordt ook gebruikt om de hoek
aan te geven die het blad van de club maakt met een verticale lijn,
gezien vanaf de zijkant van de club. Hoe groter de hoek des te meer
hoogte de bal zal krijgen. De loft wordt gemeten in graden als de hoek
die het blad maakt met een lijn parallel aan de shaft.
L.P.G.A.
Ladies' Professional Golf Association
Marker
Een klein object, eventueel een muntje, dat gebruikt wordt om de
plaats van de bal te markeren op de green voordat de bal opgepakt
wordt.
Marker
Een marker is een persoon die de score noteert van een competitor in
een strokeplay wedstrijd. Een marker wordt aangesteld door de
Commissie. De marker hoeft niet noodzakelijk een derde te zijn maar
kan tevens een mede-competitor zijn.
Match play
Een partij waarbij iedere hole een aparte wedstrijd is. Winnaar van de
partij is diegene die de meeste holes gewonnen heeft en niet diegene
met de laagste totale score. De winnaar van de eerste hole is "one up"
onafhankelijk van het aantal slagen verschil waarmee hij de eerste
hole heeft gewonnen.
Dit is de manier waarop vroeger golf wedstrijden gespeeld werden.
Nearest Point of Relief
Dit is het punt op de baan dat het dichtst bij de oorspronkelijke
positie van de bal ligt, van waaruit een 'belemmering' kan worden
ontweken. Dit punt mag echter niet dichter bij de hole liggen.
Als belemmering wordt hier bedoeld, een 'vast obstakel', een
'abnormale terreinomstandigheid' of een 'verkeerde green'.
Obstakel
Met een obstakel worden alle voorwerpen op de baan bedoeld die
'kunstmatig' zijn, zoals bijvoorbeeld ook kunstmatig aangelegde paden
en wegen. Uitzondering zijn de voorwerpen die de grenzen van 'out of
bounds' aangeven zoals bijvoorbeeld een hek of een muur.
Offset hosel
Een golfclub waarbij de kop van de club achter de shaft staat, gezien
vanaf de zijkant of bovenzijde van de club.
Out
De eerste negen holes van een achttien holes golfbaan.
Out of bounds (buiten de baan)
Een bal is 'out of bounds' wanneer deze zich buiten de grenzen van de
baan bevindt, zoals die zijn afgebakend door middel van bijvoorbeeld
paaltjes, een lijn of een hek. Tevens geldt als 'out of bounds' elk
deel van de baan dat door de Commissie als 'out of bounds' wordt
aangemerkt. De grens van de baan wordt hierbij bepaald door de
binnenzijde van deze paaltjes of de rechte palen van het hek
(uitgezonderd zijn de schuinstaande steunpalen). Wanneer de grens van
de baan wordt afgebakend door een lijn dan is de lijn zelf dus 'buiten
de baan'.
De grens van 'out of bounds' loopt loodrecht omhoog en omlaag,
waardoor punten boven of onder de grenslijn tevens als grenslijn
gelden.
Outside Agency
Dit is elk voorwerp of levend wezen dat geen deel uit maakt van de
partij in matchplay of, in strokeplay, geen deel uitmaakt van de kant
van de competitor. Hiermee wordt ook bedoeld een marker, een
forecaddie, referee of waarnemer.
Par
Het aantal slagen (strokes) dat een zeer goede golfspeler ( 0-handicap
) nodig heeft om een bepaalde hole of baan uit te spelen. Par betekent
spelen zonder fouten onder normale baan- en weersomstandigheden,
waarbij twee slagen mogen worden gebruikt op de green. De par van een
hole is afhankelijk van de lengte en de moeilijkheidsgraad van de
betreffende hole.
Voor iedere hole is het aantal slagen (par) aangegeven op de scorecard.
Parkbaan
Een golfbaan in grasland met relatief weinig rough.
P.G.A.
Professional Golfers Association
Pitch
Een korte hoge bal met backspin.
Provisionele bal
Een provisionele bal is een bal die gespeeld wordt in de plaats van
een bal die mogelijk verloren is buiten een waterhindernis of buiten
de baan. Deze provisionele bal wordt geslagen vanaf de plaats waar
vandaan de mogelijk verloren bal gespeeld werd. Dit om te voorkomen
dat veel tijd verloren wordt wanneer de eerste bal effectief verloren
blijkt te zijn en een nieuwe bal gespeeld moet worden.
Er mag pas verder gespeeld worden met de provisionele bal wanneer
blijkt dat de eerst gespeelde bal effectief verloren is.
R & A
Royal and Ancient Golf Club of St.Andrews. R & A Website
Referee (scheidsrechter)
Een referee wordt door de Commissie aangesteld en heeft als taak de
spelers te begeleiden bij beslissingen op de baan die gebonden zijn
aan de officiële regels van het golfspel.
Rough
Het deel van de baan met lang gras dat grenst aan de fairways, greens,
bunkers of afslagplaatsen.
Single
Een partij waarbij één enkele speler tegen één andere speler speelt.
Slice
Een bal zo slaan, dat hij door zijdelingse spin een bocht of curve
maakt van links naar rechts bij een rechtshandige speler en van rechts
naar links bij een linkshandige speler.
Slope rating (SR)
Dit is een beoordeling van de relatieve moeilijkheid van een golfbaan
voor een hogere handicap speler ten opzichte van een 0-handicap
speler.( ten opzichte van de Course Rating ).
De laagste 'Slope Rating' is 55 en de hoogste 155. Een golfbaan met
een gemiddelde moeilijkheidsgraad heeft een 'Slope Rating' van 113.
Wanneer een 'Slope Rating' hoog is, bijvoorbeeld 130, dan betekent dit
dat de baan voor een hogere handicap speler relatief moeilijker is dan
voor een 0-handicap speler als wanneer de 'Slope Rating' bijvoorbeeld
110 zou zijn. Hoe hoger de 'Slope Rating', des te meer slagen zal een
speler van zijn totale score mogen aftrekken.
Stableford telling
De telling gebeurt door toekenning van punten in verhouding tot een
voor elke hole vastgestelde score. Deze vastgestelde score is
afhankelijk van de playing handicap van een bepaalde speler en de
stroke index van een bepaalde hole.
Meer dan één slag boven deze score geeft recht op nul punten, één slag
boven deze score geeft recht op één punt en zo verder tot vier slagen
onder deze score geeft recht op zes punten.
Stroke index
De stroke index geeft de moeilijkheidsgraad van een bepaalde hole aan.
Op een achttien holes baan is de hole met stroke index 1 de
moeilijkste hole en de hole met stroke index 18 de makkelijkste hole..
De stroke index wordt gebruikt bij de berekening van het netto aantal
slagen onder Stableford.
Stroke play
Een wedstrijd waarbij het totaal aantal slagen tijdens een ronde
bepaalt wie de winnaar is. De speler met het minst aantal slagen wint
de wedstrijd.
Sweetspot
Het punt van het blad van de golfclub dat wanneer het daar geraakt
wordt met een scherp voorwerp het blad van de club niet doet draaien,
het 'centrale' punt van het clubblad. Het is de optimale plaats waar
de bal de club moet raken. Clubs met een oversized blad hebben een
grotere sweetspot en geven u dus meer kans de bal goed te raken.
Tee
Een pin van kunststof of hout die in de grond gestoken wordt en waarop
de bal geplaatst wordt bij de afslag. Met het woord tee wordt ook wel
de afslagplaats zelf bedoeld.
Tee-shot
Slag vanaf de tee.
Threesome
Een partij waarbij één enkele speler tegen twee andere spelers speelt,
waarbij iedere kant met één bal speelt. De spelers moeten om beurten
afslaan van de afslagplaatsen en om beurten slaan bij het spelen van
de hole.
Triple Bogey
Een score van drie slagen boven de par van de hole.
U.S.G.A.
United States Golf Association. website USGA.
Verloren bal
Een bal die na een slag niet terug gevonden kan worden binnen vijf
minuten nadat het zoeken begonnen is. Een bal is ook verloren wanneer
een speler volgens de regels een andere bal in het spel gebracht
heeft.
Wood
Een golfclub, gemaakt van metaal of hout, met een grote kop. De wood
wordt gebruikt voor slagen van grote lengte.
Bron: GVB Examen.nl |